Nederlandse Seintoestellen Fabriek: van morse tot mediastad

Dat Hilversum dé vestigingsplaats voor radio- en televisieomroepen werd, heeft alles te maken met de komst van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek.

Maar waarom kwam de NSF juist naar Hilversum? En hoe heeft dat de toekomst van Hilversum als mediastad bepaald?

NSF Wagen

Door de Eerste Wereldoorlog kunnen de reders in Nederland geen seintoestellen uit het buitenland meer krijgen voor hun schepen. De toestellen zijn nodig om op zee contact te houden met het vasteland. Een groep reders besluit daarom zelf een fabriek te starten om seintoestellen te maken: De Nederlandse Seintoestellen Fabriek. Hilversum blijkt daarvoor de ideale locatie. Het dorp zit dicht bij de afzetgebieden Amsterdam en Utrecht en er is veel ruimte voor een grote fabriek. De NSF begint in 1918 op de Groest 106-108, maar na 3 jaar verhuist zij al naar de nieuwe fabriek op de Jan van der Heydenstraat.

Draadloze communicatie doormiddel van telegrafie, met pulsen in morsecode, is dan nog een vrij nieuwe techniek, er moet dus gepionierd worden. Met weinig kennis starten de reders een uitzendingsgedeelte: Radio Holland, voor de communicatie naar schepen en dus een fabriek: de NSF. Er is veel vraag naar seintoestellen, niet alleen voor vrachtschepen, maar ook vanuit het leger en de KLM. De NSF groeit daardoor al snel uit tot de grootste werkgever van Hilversum. In 1921 begint men met 100 man, maar in 1928 zijn dat er al 1600 en twintig jaar later zelfs 3500.

Radio en Philips

 De NSF gaat zich ook toeleggen op de radio amateur. Als je vroeger een radio kocht, kocht je een doos met onderdelen die je zelf in elkaar moest zetten. Toen waren er nog geen uitzendingen, maar je kon wel signalen opvangen. De NSF ziet daarin een markt en begint midden jaren ’20 met de productie van kant-en-klare radiotoestellen voor thuis. Maar de mensen moesten ook wat te luisteren hebben, dus gaat de NSF vanaf het fabrieksterrein muziek uitzenden op de zaterdagavond en zondagmiddag om de verkoop van hun radio’s te stimuleren. In de eerste jaren maakt de NSF voor zijn radio’s nog gebruik van zogenaamde vonkzenders. Maar in 1922 stappen zij over op de ‘radiobuizen’ van Philips. De twee bedrijven slaan de handen ineen en Philips neemt een groot aandelenbelang in de NSF.

Nederland zit dan al midden in de verzuiling en elke zuil wil op een gegeven moment zijn eigen uitzendingen kunnen verzorgen. Om dat te doen is er veel technische kennis nodig en die kennis zit bij de NSF. De verzuilde omroepen gaan daarom op de fabriek uitzenden waar ze de studio huren. Wanneer de omroepen meer willen gaan uitzenden besluiten ze zelf studio’s te bouwen die worden ingericht door de NSF. Ook biedt de fabriek de technische ondersteuning in de studio’s. Hierdoor komen alle omroepen in Hilversum te zitten, want als er een probleem is in de studio kan er direct iemand komen vanuit de fabriek. Vanaf dat moment is Hilversum dé radiostad van Nederland.







Onze Ambassadeurs